Home · Crepi & sierpleister
Crepi & sierpleisterCrepi is het enige deel van uw gevel dat u de komende dertig jaar nog ziet. Toch gaat het gesprek er meestal alleen over kleur. Op deze pagina staat wat er nog meer telt: welke pleistersoort bij uw gevel past, welke korrel wat doet, waarom donkere tinten niet zomaar kunnen, en waar barsten en groene aanslag vandaan komen.
Wat een pleister onderscheidt, is het bindmiddel. Dat bepaalt of uw gevel kan ademen, hoe goed hij water afstoot, hoe elastisch hij is en hoe lang de kleur meegaat. Geen enkele soort wint op alles — het gaat erom welke bij úw ondergrond past.
| Soort | Ademt | Stoot water af | Elastisch | Wanneer kiezen |
|---|---|---|---|---|
| SiliconenharssiloxaanStandaard op EPS | Goed | Zeer goed — het water parelt af | Ja, het minst gevoelig voor barsten | De courante keuze op buitengevelisolatie met EPS. Combineert waterafstoting met voldoende damptransport en een breed kleurenpalet. |
| SilicaatkaliwaterglasBij wol of oud metselwerk | Zeer goed | Goed | Beperkt | Van nature alkalisch, wat algen en schimmels tegenwerkt. Vaak gekozen bij isolatie in minerale wol. Vraagt vakkennis en het kleurenpalet is beperkter. |
| Minerale pleisterkalk- of cementgebondenRenovatie | Zeer goed | Matig | Weinig | Ademend en ecologisch, courant bij dikkere lagen op massief metselwerk. Op EPS minder aangewezen: weinig elastisch, dus hoger barstrisico. |
| Acryl / kunstharsdispersieBeperkt | Het minst van de vier | Goed | Ja | Filmvormend en goedkoop, met de grootste kleurkeuze. Precies die filmvorming maakt het minder geschikt op een gevel die vocht moet kunnen afgeven. |
Indeling volgens het Belgische Handboek ETICS en de productdocumentatie van de systeemleveranciers. De exacte prestaties verschillen per merk en staan in de technische fiche van het gekozen systeem. Eén regel geldt altijd: isolatie, wapeningsmortel en afwerking komen van dezelfde systeemhouder — mengen doet de goedkeuring en de garantie vervallen.
De korrelgrootte bepaalt het uitzicht van uw gevel meer dan de kleur. Ze bepaalt ook hoe vergevingsgezind de gevel is voor oneffenheden — en hoe snel hij vuil wordt.
| Korrel | Uitzicht | Vraagt | Vuilgevoeligheid |
|---|---|---|---|
| < 0,5 mmgladde pleister | Strak en bijna vlak, architecturaal | Een perfect vlakke onderlaag; wordt meestal afgewerkt met een extra siliconenharsverf | Laag, maar elke oneffenheid en elke herstelling blijft zichtbaar |
| 1,0 – 1,5 mmfijne korrelMeest gekozen | Modern en strak, de huidige standaard | Een vlakke, zorgvuldig uitgevlakte grondlaag | Laag tot gemiddeld |
| 2,0 mmmiddenkorrel | De klassieke middenweg, iets meer reliëf | Minder kritisch op kleine oneffenheden | Gemiddeld |
| 3,0 mm en grovergrove korrel | Landelijk, rustiek, veel schaduwwerking | Weinig — verbergt het meest | Het hoogst: een grovere structuur houdt meer vuil en algen vast |
In België zijn 1,0, 1,5 en 2,0 mm de gangbare korrels, met 1,5 mm als meest gebruikte. Naast de korrel bepaalt ook de verwerking het beeld: een krabstructuur geeft fijne horizontale of ronde groeven, een gespaande afwerking een gesloten, vlakker oppervlak. We brengen bij het plaatsbezoek stalen mee, want een korrel beoordelen op een scherm werkt niet.
Dit is het punt waar het gesprek bij veel gevelbedrijven stilvalt, en waar ontgoocheling ontstaat als het pas achteraf ter sprake komt. Op een geïsoleerde gevel gelden er grenzen aan hoe donker u mag gaan.
Het Belgische Handboek ETICS stelt het onomwonden: de helderheidswaarde van de kleur moet hoger zijn dan 20%. Die waarde loopt van 0 (zwart) tot 100 (wit) en beschrijft hoeveel licht — en dus warmte — een kleur weerkaatst.
Sommige systeemleveranciers houden strengere grenzen aan, bijvoorbeeld een minimum van 30 bij minerale pleister en 20 bij siliconenhars. Welke tinten bij úw systeem kunnen, staat in de technische fiche. Wij leggen die naast het kleurstaal in plaats van erop te gokken.
Een donkere kleur absorbeert zonnewarmte. Op een massieve bakstenen muur wordt die warmte weggevoerd door de massa erachter. Op een geïsoleerde gevel kan dat niet: achter de pleister zit isolatie, dus de warmte blijft in een laag van enkele millimeters hangen.
Het gevolg is grote temperatuurwisseling tussen dag en nacht, uitzetting en krimp, en uiteindelijk barsten. EPS zelf begint boven 80 °C te vervormen — een temperatuur die een zwarte gevel in de zomerzon haalt.
Dan zijn er twee wegen. De eerste is een afwerking met warmtereflecterende technologie (TSR), waarbij de kleur donker oogt maar veel minder warmte opneemt — dat bestaat, het kost meer, en niet elke kleur is erin te maken. De tweede is donkere accenten in plaats van een donkere gevel: een donker geschilderde plint, donkere raamomlijstingen of steenstrips in een diepe tint, op een gevelvlak dat licht blijft.
Wat we niet doen, is uw kleur uitvoeren en de gevolgen voor u laten. Als een tint niet kan, zeggen we dat voor de offerte en zoeken we samen de dichtste die wel kan.
Dit zijn de twee dingen waar mensen ons over bellen. Geen van beide is onvermijdelijk, en geen van beide los je op door er verf over te zetten.
Een goed geplaatste crepi gaat twintig tot dertig jaar mee. Wat ze nodig heeft, is geen zware ingreep maar tijdige aandacht.
Rond uw huis wandelen en kijken naar beginnende groene aanslag, haarscheurtjes en beschadigingen aan de plint. Buildwise heeft daar een gratis onderhoudschecklist voor. Wat u vroeg ziet, is een kleine ingreep; wat u drie jaar laat staan, is een gevelrenovatie.
Met beperkte druk en een product dat past bij uw pleistertype. Hoe vaak, hangt af van de oriëntatie en de omgeving: een noordgevel onder bomen vraagt vaker aandacht dan een zuidgevel aan een open veld. Een vast interval bestaat niet.
Na een reiniging kan een waterafstotende behandeling de gevel enkele jaren beschermen tegen vochtopname en dus tegen nieuwe algengroei. Het is geen laag die u ziet en het verandert niets aan de kleur.
Een gezonde crepi met een verkleurde of gedateerde tint hoeft niet vervangen te worden: reinigen, fixeren waar nodig, en een dampdoorlatende gevelverf erover. Dat is een fractie van de kost van een nieuwe crepi — meer daarover op de pagina gevelschilderwerk.
Kleine scheuren worden opgevuld en overschilderd met een dampdoorlatend systeem. Bij grote of terugkerende schade helpt herstellen niet: dan zit het probleem eronder en moet dat eerst opgelost worden.
Klimplanten, struiken tegen de muur en een grindstrook die opspat: alle drie houden ze de onderste meter van uw gevel nat. Een halve meter afstand doet meer voor uw crepi dan welk product ook.
Crepi rechtstreeks op metselwerk is mogelijk, op voorwaarde dat de ondergrond stabiel, schoon en voldoende ruw is. Oude verf moet volledig weg — pleister hecht nooit duurzaam op verf. Gladde ondergronden zoals beton vragen altijd een hechtprimer.
Crepi zonder isolatie kost ongeveer €40 tot €80 per m² excl. btw. Met isolatie zit u aan €110 tot €150 per m². Het verschil lijkt groot, tot u ziet wat er in beide zit: dezelfde steiger, dezelfde voorbereiding van de ondergrond, dezelfde wapeningslaag, dezelfde afwerking, dezelfde detaillering rond elk raam. Alleen de isolatieplaat komt erbij.
U betaalt de duurste posten dus sowieso. Doet u het nu zonder isolatie, dan betaalt u ze over vijftien jaar opnieuw als u alsnog wilt isoleren — én u hebt vijftien jaar lang de besparing gemist. Crepi zonder isolatie is een verdedigbare keuze als uw gevel al geïsoleerd is of als er bouwkundig geen centimeter naar buiten kan. In alle andere gevallen zeggen we u eerlijk dat het zonde is.
Twijfelt u of buitenisolatie bij uw woning kan? Op de pagina welke isolatie kiezen staat wanneer buiten-, spouw- of binnenisolatie de juiste weg is, en wanneer wij buitenisolatie afraden.
Bereken eerst online uw indicatieve prijs. Bij het gratis plaatsbezoek brengen we stalen mee en leggen we ze tegen uw gevel, in uw licht.
VediWorks is een van de vier bedrijven van Vedi Group. Schilderwerk binnen, een opkuis na de werken of het onderhoud van gemene delen: één contact, dezelfde ploegen, dezelfde standaard.